Feniks Emancipatie Expertise Centrum is verhuisd naar een nieuwe locatie! Een mooi moment om terug te blikken op ons interview met Laurens Kleijntjens, die hier al ruim acht jaar werkt. Het viel hem op dat er een belangrijk onderdeel miste in de aanpak van discriminatie, namelijk de emancipatie van mannen. Sindsdien zet hij zich hiervoor in. Ook licht hij toe waarom hij er juist wel voor kiest om zichzelf feminist te noemen.
Interview: Elysa van der Ven, foto: Dennis van Roozendaal
Jij zet je in voor mannenemancipatie. Kun je uitleggen wat dat inhoudt?
“Zeker. Van mannen wordt verwacht dat ze stellig, dominant, daadkrachtig en competitief zijn. Dat noemen we mannelijkheidsnormen of stereotypes van mannelijkheid. Als je je daar niet aan houdt, word je een mietje genoemd. Hierdoor zijn mannen constant bezig met bewijzen dat ze ‘een echte man’ zijn. Wanneer je daar veel mee bezig bent, is het logische gevolg dat je de eigenschappen die als ‘mannelijk’ gezien worden in de maatschappij, gaat overdrijven. Tegelijkertijd worden eigenschappen die we in de samenleving als ‘vrouwelijk’ zien onderdrukt, zoals zorgzaamheid, empathie, gevoeligheid en kwetsbaarheid. Hierdoor ontstaat een scheve verhouding. Tussen die mannen zelf, maar ook in de samenleving. Een samenleving die gedomineerd wordt door mannen, waardoor zij zich verheven voelen boven vrouwen of mensen met vrouwelijke eigenschappen. Om die ongelijkheid tegen te gaan, is een cultuuromslag nodig.”

Toch zijn er genoeg mensen, vooral mannen zelf, die niet geloven dat zij een dominante rol hebben…
“Maar de bewijzen zijn overal. Zo zijn de meeste leidinggevende posities in de handen van mannen – ze bepalen wat er in de wereld gebeurt. Er is een bepaalde norm in de samenleving en die wordt in stand gehouden door de dominante groep. Dat zijn voornamelijk heteroseksuele, witte
cismannen. Als je daarvan afwijkt en dus niet binnen die norm valt, dan word je vaak gediscrimineerd en ontstaan erallerlei vooroordelen over je.”
Maar jij bent toch ook een heteroseksuele, witte cisman?
“Ja. Het probleem met dit onderwerp is dan ook dat veel mannen die aan de norm voldoen zich persoonlijk aangevallen of bedreigd voelen door de groeiende aandacht voor ongelijkheid in de samenleving. Zo van: ‘Tegenwoordig krijg ik de schuld van alles! Als witte heteroman kan ik niks meer goed doen.’ Of je hebt mensen die roepen op Internationale Vrouwendag: ‘Waarom is er geen mannendag?! Waarom is er geen
hetero pride?’ Als je zo denkt, heb je het punt echt niet begrepen. Het gaat niet om jou persoonlijk! Elke dag is mannendag, elke dag is heterodag, want dat is de norm. Als je aan de norm voldoet, dan heb je bepaalde privileges die anderen niet hebben. Zij krijgen niet dezelfde kansen als jij. Door ruimte te maken voor een ander, hoef je zelf niets in te leveren. Ik vind het jammer dat we dat telkens opnieuw moeten uitleggen, want dan gaat het toch weer over mannen, in plaats van belangrijke onderwerpen zoals geweld tegen vrouwen.”
Om mannen hiervan bewust te maken ben je een project begonnen, Mans Genoeg. Kun je daar meer over vertellen?
“Bij ‘Mans genoeg’ willen we dus vooral mannen bewustmaken van die normen van mannelijkheid en laten zien dat het ook anders kan. Ook omdat het niet alleen vrouwen benadeelt maar ook mannen zelf. Dus mannen hebben altijd het idee dat ze een echte man moeten zijn. Daar hangen dus al die stereotypen aan vast. Zo wordt kwetsbaarheid gezien als zwakte in plaats van dat het een kracht is. Twee keer zoveel mannen als vrouwen plegen in Nederland zelfmoord, omdat ze het idee hebben dat ze problemen zelf moeten oplossen en geen hulp mogen vragen. Mannen moeten voor het gezin zorgen, zijn de kostwinnaars, traditioneel harde werkers. Terwijl veel vaders meer met hun kinderen willen zijn.”
Dus je zegt ook eigenlijk: mannen krijgen geen gezonde manieren aangeleerd om met hun emoties om te gaan?
“Ja, boosheid wordt gezien als een echte mannelijke emotie, terwijl daar vaak verdriet achter zit. Maar ja, dat krijgen we niet geleerd, om daarmee om te gaan, want dan wordt je verteld, ‘niet huilen, niet aanstellen en doorgaan’.”
Die boosheid zien we ook terug in seksisme. Je had het net over geweld tegen vrouwen?
“Dat is een heel groot maatschappelijk probleem wat we alleen maar samen kunnen oplossen. Vrouwen durven vaak ’s avonds niet alleen over straat omdat ze zich onveilig voelen. Femicide is ook een groot probleem: iedere acht dagen wordt er in Nederland een vrouw vermoord, voornamelijk door een partner of ex-partner. Seksisme en geweld tegen vrouwen is een mannenprobleem, omdat 9 op de 10 plegers mannen zijn. Het is dan ook aan mannen om zich uit te spreken en elkaar aan te spreken op seksistisch en grensoverschrijdend gedrag. Zo stellen we een nieuwe norm en doorbreken we onze seksistische cultuur, waarin de ongelijke behandeling en vernedering van vrouwen genormaliseerd wordt. Daarom vind ik het ook belangrijk om mezelf feminist te noemen. Sommige vrouwen zijn daar begrijpelijkerwijs een beetje terughoudend in, omdat feminisme nog steeds een slechte naam heeft – men denkt dan bijvoorbeeld aan mannen haten. Terwijl feminisme staat voor gelijke rechten, kansen en vrijheden. En dat is goed voor iederéén.”