Hij was piepjong toen hij voor het eerst in aanraking kwam met DJ’en: sindsdien houdt Erik van den Nieuwenhuijzen zich bezig met allerlei hardere stijlen. Onder twee artiestennamen, Ecu en Ekvalayzer, speelt hij op feesten en produceert hij tracks. In Buitengewoon reflecteert hij op zijn carrière en de Tilburgse cultuur.
Interview & foto: Elysa van der Ven
Erik kwam naar Tilburg op zijn achttiende vanwege school, skateboarden en muziek. Sindsdien is zijn passie voor muziek onlosmakelijk verbonden met zijn liefde voor onze stad. “Ik heb altijd wel iets met muziek gedaan. Mijn vader was ook diskjockey, hij draaide muziek op feestjes en partijen in voornamelijk de jaren vijftig, zestig en zeventig. Als klein mannetje al zat ik aan de knoppen van zijn stereo. Ik heb gitaarles gehad, basgitaar leren spelen en op de middelbare school een bandje gehad.”
Hoe is jouw carrière als disjockey begonnen?
“Mijn eerste set speelde ik in een jongerencentrum in Oisterwijk. Daarna stond ik een paar keer in 013. Mijn muziek omvatte een breed segment aan dance. Maar nu hebben vooral de wat stevigere genres mijn interesse. Daarbij kun je denken aan drum ’n bass, harde techno, allerlei hardcorestijlen en hardstyle.”

Vind je dat het vak veel veranderd is door de jaren heen?
“Ik wil niet oud klinken en zeggen: ‘vroeger was alles beter’, maar ergens is dat wel zo. Toen ik begon, kocht je een stapel platen, een dure set platenspelers en een mixtafel. Dan moest je nog uren oefenen en je deed alles op gehoor. Tegenwoordig heb je als DJ in feite genoeg aan een laptop, wat mp3’s en een controller. Je ziet direct alles voor je neus staan. Bij wijze van spreken kun je dus binnen een middag leren DJ’en. Met platen werken in plaats van MP3’s is dus veel meer een ambacht geworden. Wat ook veranderd is: vroeger hoefde je niet per se platen uit te brengen om gigs te landen. Nu is dat wel zo.”
Inmiddels heb je allerlei venues aangedaan. Op wat voor feesten draai je het liefst?
“Ja, ik heb op Defqon 1 en Decibel gestaan bijvoorbeeld en in de Melkweg, maar ook op allerlei kleinere feestjes en in het buitenland. Inmiddels heb ik een stuk of 200 plekken op mijn naam staan. Het fijnste vind ik een feest waar de variatie in muziek heel breed is. Dan kun je in een DJ-set ook lekker van alles door elkaar gooien. Dat had ik bijvoorbeeld toen ik voor Gladde Paling geboekt werd, een grote naam in de technowereld. Je kan niet overal wegkomen met veel variatie qua genres. Dat heeft ook wel met Nederlands publiek te maken; als mensen naar een hardcore-feest gaan, willen ze hardcore horen. Je mag niet te ver buiten de lijntjes kleuren.”
Waardoor komt dat, denk je?
“Er is gewoon heel veel aanbod! Veel mensen zijn DJ tegenwoordig.”
Wat vind je van de DJ-cultuur in Tilburg?
“Tof! Veel mensen met wie ik werk komen uit Gilze, al spelen we vaker in Tilburg. Ook gebeurt er heel veel in de spoorzone. Denk aan Hall Of Fame, 013, PKHS en Smederij. Wat ik wil minder vind, is de sluitingstijd. In de randstad zie je dat evenementen tot later door mogen gaan. Hier sluit 013 uiterlijk om vier uur ’s nachts. Daar zou ik persoonlijk graag zes uur van maken. Zo kunnen mensen namelijk ’s morgens de eerste trein naar huis pakken. Het grote voordeel: je trekt meer mensen van buiten onze stad!”
Heb je nog tips voor beginnende DJ’s?
“Vertrouw je oren. Iedereen gaat van schermpjes uit tegenwoordig, maar je oren zijn echt beter dan een computer. Leer tracks maken, dat is echt een vak apart. Releases zijn je reclame, zo kunnen mensen je ontdekken op Spotify, Instagram en TikTok. Maar het allerbelangrijkste is netwerken: ga in gesprek met andere DJ’s en deel elkaars muziek!”